Een eigen champetter, gemeentehuis en postkantoor hebben ze in Elst al lang niet meer, maar de geutelingen kan niemand de Elstenaars afnemen. Tot de jaren ’30 was het bakken van geutelingen een gebruik dat bij de vele huisarbeiders in de Vlaamse Ardennen voorkwam. Rond Maria Lichtmis maakte ieder een ketel deeg en trok ermee naar de dichtstbijzijnde oven alwaar een soort pannenkoeken werden ‘gegoten’ op de gloeiende stenen van een houtoven. Vervolgens werd het lekkers in gezelschap verorberd. De kelen werden gespoeld met een fles jenever (Balegemsen). Met de teloorgang van de huisarbeid verdwenen de geutelingen in de goot. Tot de plaatselijke jeugd in de jaren zeventig de typische pannenkoeken nieuw leven inblies. Nog eens tien jaar later werd Het Geutelingencomité opgericht. De zondag na 9 februari worden in Elst tijdens Apolloniakermis steevast de Geutelingenfeesten georganiseerd.

Sint-Apolloniakerk ‘Sente Ploone’ wordt de patrones van deze kerk in de volksmond genoemd. Mensen kwamen van heinde en ver om haar te vereren, in de hoop van tandpijn bespaard te blijven of verlost te geraken. Nu worden er geutelingen gegeten rond 9 februari, haar feestdag. En haar impact blijft. Men gelooft nog dat een beet in zo’n geuteling de tandpijn kan verdrijven. Zelf is ze niet van tandpijn bespaard gebleven. Ze werd de tanden uitgeslagen en vervolgens doodgemarteld toen ze in 249 in het Egyptische Alexandrië haar christelijke geloof niet wou afzweren. Haar marteling staat ook afgebeeld op een 17de eeuws schilderij in de kerk. Die kerk is classicistisch van stijl en werd gebouwd tussen 1775 en 1778.

De Perlinckmolen de oudste watermolen van Vlaanderen, in de volksmond bekend als ’t Meulentje Perlinck. Hij stond al vermeld in geschriften uit het jaar 868 als eigendom van de abdij van Lobbes en zou voor Herman Teirlinck ook een belangrijke inspiratiebron geweest zijn bij het schrijven van ‘Maria Speermalie’. De molen bleef in werking tot in 1974. Tegenwoordig maakt hij deel uit van een boerderij die dienst doet als verblijfshoeve. Hij is beschermd en in goeie staat, maar niet te bezoeken.

Ooievaarsmolen is al lang geen molen meer. Alleen nog de stenen romp en de aanbouw blijven over. De molen had zijn naam te danken aan een vlakbij gelegen herberg. Hij werd in 1840 door Lodewijk De Smet uit Zegelsem gebouwd. In 1927 was er brand in de molen en sindsdien werd er alleen nog met de motor gemalen.

Sint-Apolloniakapel aan de kruising van de Gentsestraat en de Lepelstraat staat een kapel die aan het eind van de 18de eeuw al vermeld stond op een kaart van de Graaf de Ferrarris.

De Dompels de beboste en schilderachtige vallei waar de Dorrebeek doorheen meandert.

Uitkijktoren Er zijn vele plekjes in Brakel waar je van de weidse panorama’s kunt genieten, maar nergens heb je een uitzicht als op de toeristische uitkijktoren aan de Twaalfbunderstraat. Wie de 162 traptreden bestijgt, komt 33 meter boven de begane grond te staan en bevindt zich 133 meter boven de zeespiegel. Voor wie het noorden kwijt is, staan er vier oriëntatietafels.

elst
elst 1