Het ziet er een liefelijk plattelandsdorp uit vol bekoorlijke uitzichten, maar het is evengoed een dorp met een geschiedenis, waarin de Romeinen figureren en waarvan de naam en de St-Martinuskerk aan het eind van de elfde eeuw al in twee aktes vermeld stonden. In de eerste eeuw van onze tijdrekening kwam er een Romeinse heerbaan voorbij (Bavai-Gent), in de middeleeuwen werd Opbrakel een heerlijkheid in handen van de familie Van Brakel en  liep de Brunhildeweg er doorheen om de rivaliserende graafschappen Henegouwen en Vlaanderen met elkaar te verbinden en nog veel later werd de gemeente doorkruist door een inmiddels ook alweer vergane spoorlijn tussen Brakel en Ronse, die nu tot wandelweg is omgevormd. De talrijke bronnen en bovenlopen van de Zwalm, alsook de Molenbeek, waarlangs ooit het riante waterkasteel van de heren van Brakel stond, zorgen ervoor dat er niet alleen te land maar ook te water iets te beleven valt in Opbrakel. De Sint-Martinuskerk is op een hoogte van 56 meter gelegen en prijkt met haar vroeggotische westtoren boven het adembenemende landschap uit.

De Sint-Martinuskerk de kerk staat niet alleen hoog, ze staat er ook stoer en robuust bij met haar 8-kantige toren. De toren dateert van de 13de eeuw, terwijl de rest van de kerk in het midden van de 18de eeuw werd gebouwd en classicistisch van vorm is. Ga gerust eens binnen, want vooral het rococo-stukwerk met rocaille-en schelpmotieven is best de moeite. De hemelse klanken komen er uit een origineel Van Petegem-orgel dat in 1789 gebouwd werd. De buitenkant van de kerk is intussen grondig gerestaureerd.

De Verrebeekmolen een windmolen die in 1789 door Jean-Baptiste Van Damme werd gebouwd. Hij zou blijven draaien tot in 1939. In 1996 werd een kopie van de oorspronkelijke molen neergezet. Hij heeft een gevlucht van 24,4 meter. Elke laatste zondag van de maand is de molen open voor bezoek.

De Oude Pastorie staat vlakbij de Dorenbosbeek in de Verrebeke. In 1653 was de ‘kuerren hofstede’ een kleine omwalde hoeve, waar onder het dak een duifhuis zat, omdat de pastoor een duivenliefhebber was. Toen eind achttiende eeuw de Fransen het hier voor het zeggen hadden, werd het gebouw aangeslagen door de gemeente. Dit huis is één van de oudste uit de omgeving.

Het Brakelbos is met zijn 52 ha oppervlakte heel uitgestrekt. Het bos heeft ook een rijk verleden. In de buurt van de beboste toppen van de Pottelberg en de Modderodde werden silexvoorwerpen van meer dan 10.000 jaar oud aangetroffen. Tegenwoordig is het bos eigendom van het OCMW van Oudenaarde, maar u hoeft geen bonnen te halen om er te mogen wandelen. Het is openbaar toegankelijk. Trek wel stevige bottines aan, niet alleen om het klimwerk aan te kunnen (het bos ligt tegen een helling en kent hoogteverschillen gaande van 65 tot 130 meter), maar ook omdat de ondergrond door de vele opborrelende bronnen vaak vochtig en zompig is. Het bos is gelegen op een getuigenheuvel. Zo worden de heuvels in de streek genoemd die nog getuigen van de tijd toen de Vlaamse Ardennen nog aan zee lagen. Slechts zes miljoen jaar geleden.
Het Brakelbos is op zijn mooist in het voorjaar, wanneer de boshyacint – het blauwe kousje – massaal in bloei staat en een schitterend blauw tapijt vormt.

Merkwaardige hoeven er zijn nog verschillende grote historische pachthoeven in Opbrakel te vinden, die meestal toebehoorden aan edellieden en rijke burgers die meestal in Gent woonden, zoals Hof-ter-Bruggen,
Hof-te-Fransbeke, Hof-ten-Bossche en Hof-te-Wolfskerke.

Mullens kasteel de Gentse familie Mulle kreeg eind negentiende eeuw het Hof-te-Wolfskerke in handen en voerde grootse moderniseringswerken in de hoeve door. En Senator Mulle liet vlakbij een luxueus landhuis optrekken dat door de mensen ‘Château Mulle’ of ‘Mullens kasteel’ werd genoemd.Het gebouw is grondig gerestaureerd.

moulin
opbrakel